Geschiedenis van ons clubwerk

Waar ons verhaal waarschijnlijk begint… 6 november 1972

“Voor deze vergadering was de leiding uitgenodigd van de verschillende clubs en kreeg hierdoor het karakter van een jeugdleidersvergadering. Elke club gaf een klein overzicht van hetgeen dat er op dat moment gebeurde.”

Met deze woorden openen de oudste notulen die tot nu toe in ons archief van te vinden is. Was 6 november 1972 ook de oprichtingsdatum? Dat weten we niet. De notulen laten juist zien dat er toen al verschillende clubs actief waren. Vanaf de derde notulen lezen we de naam Protestantse Jeugdraad

Dit moment vormt tot nu toe een prachtig vertrekpunt voor een geschiedenis van kinderen, jongeren en vrijwilligers. Er werd gespeeld, geknutseld, getimmerd, gesport en toneelgespeeld. Er waren speurtochten, kampen, filmavonden en ontmoetingsavonden. Steeds veranderde de vorm, maar het doel bleef herkenbaar: samen iets beleven en een plek bieden om elkaar te ontmoeten.

De jaren zeventig – Jongens, meisjes en oudere jeugd

In de jaren zeventig waren de clubs vooral ingedeeld naar leeftijd en vaak ook naar jongens en meisjes. Namen als De Vrolijke Bende (jongens van 8-11 jaar), Apoetie (meisjes van 8-11 jaar) en Avendo (meisjes 12-15 jar) Voor de oudere jeugd, vanaf 15 jaar, werd gezocht naar een passende ontmoetingsplek, onder andere via Comitas, Kompas en later de club Revive. De belangstelling wisselde: sommige clubs stopten en andere initiatieven kwamen ervoor in de plaats.

De startweken waren feestelijke momenten met speurtochten, pannenkoeken, films en andere gezamenlijke activiteiten. Ook kampweekenden hoorden erbij. Het clubwerk was verbonden met de Hervormde en Gereformeerde kerk en werd gedragen door vrijwilligers uit beide kerkelijke gemeenschappen.

De jaren tachtig – Groei, ruimte en nieuwe ideeën

De Ark, het Gereformeerde jeugdgebouw, was jarenlang een belangrijke plek voor de wekelijkse clubs. Ook De Oude Stal werd gebruikt. De beschikbare ruimte was niet altijd voldoende. Begin jaren tachtig kwamen plannen op tafel om De Ark anders in te delen, met meer ruimte voor spel en hobbyactiviteiten. Vrijwilligers hielpen waar mogelijk zelf mee.

Ondertussen groeide de diversiteit aan activiteiten. Naast het werk voor jongere kinderen kreeg de jeugdsoos Het Anker een eigen plaats. Daar organiseerden jongeren zelf onder meer muziek- en discoavonden. De belangstelling kende hoogte- en dieptepunten, maar de behoefte aan een eigen plek bleef.

De Ark wordt te klein – Plannen voor een verbouwing (1981–1984)

Begin jaren tachtig bleek dat het Gereformeerde jeugdgebouw De Ark niet meer goed aansloot bij het drukke clubleven. In december 1981 werd bijvoorbeeld vastgesteld dat de jongensclub van 8 tot 11 jaar regelmatig in een veel te kleine zaal bijeenkwam. De Jeugdraad ging op zoek naar een betere indeling van de beschikbare ruimte.

In 1982 werd een werkgroep gevormd om de mogelijkheden te onderzoeken. Op een bewaard gebleven plattegrond uit 1983 staan onder meer een spel- en hobbyruimte, een berging, een entree, een zithoek en een vouwwand. Het doel was een praktischer gebouw dat voor verschillende activiteiten gebruikt kon worden. Zie de foto hieronder.

De plannen vroegen om een flinke investering. In 1983 werd een begroting van ongeveer 18.500 gulden besproken. Door werkzaamheden zelf uit te voeren hoopte men de kosten tot circa 15.000 gulden terug te brengen. Opbrengsten van oliebollenacties en kienavonden konden bijdragen aan de financiering; ook werd steun van de kerken gezocht.

In 1984 werd verder gewerkt aan de inrichting en mochten de clubs ideeën aandragen. Ook werd een open huis voorbereid om het vernieuwde jeugdgebouw te presenteren.

De geschiedenis van De Ark laat zien dat het jeugdwerk niet alleen inhoudelijk veranderde: ook de gebouwen moesten meegroeien. Later zou opnieuw worden nagedacht over de huisvesting, totdat alle clubactiviteiten in augustus 2003 samenkwamen in De Oude Stal.

1985 – Een andere aanpak, niet de leeftijd maar de activiteit

Halverwege de jaren tachtig veranderde de Jeugdraad bewust van koers. De bestaande indeling in aparte jongens- en meisjesclubs sloot niet meer vanzelfsprekend aan bij de wensen van de kinderen. Daarom werden in 1985 vragenlijsten rondgestuurd: 132 exemplaren, waarvan er 36 ingevuld terugkwamen.

De kinderen konden aangeven wat ze graag wilden doen, zoals handenarbeid, houtbewerking, spelletjes, sport, naaien en kleding maken. Op basis daarvan ontstond een andere clubindeling: activiteiten stonden centraal. Er kwamen onder meer een Handenarbeid- en Spelletjesclub, sportactiviteiten en een Handwerk- en Naaiclub.

Dat was meer dan een nieuwe naam op de deur. De Jeugdraad keek niet langer alleen naar de traditionele verdeling tussen jongens en meisjes, maar vooral naar de belangstelling van kinderen. Juist daarin herkennen we het clubwerk van vandaag: samen maken, ontdekken en leren. Of precies dezelfde kinderen allemaal meegingen naar de nieuwe clubs, is niet uit de stukken af te leiden; de verandering in aanpak is wel duidelijk.

1986–1989 – Van handenarbeid tot theater

In een overzicht uit augustus 1986 wordt gesproken over ongeveer veertig kinderen bij de jongere clubs en ongeveer 35 leden van Het Anker. De activiteiten varieerden van handwerken en sport tot handenarbeid. In 1988 kwam daar een Theaterclub bij. Die gaf kinderen de kans om te improviseren, zich te verkleden en op het podium te staan.

De handenarbeidactiviteiten ontwikkelden zich eveneens. In 1987 mocht een boormachine van 125 gulden worden gekocht. Een kerkbrief uit 1988 beschreef de drukbezochte Handenarbeidclub als een trein die maar bleef doordenderen. Zulke kleine archiefdetails brengen het dagelijkse clubleven weer dichtbij.

De jaren negentig – Clubs veranderen mee

In de vroege jaren negentig veranderde het aanbod opnieuw. De Naai- en Handwerkclub ontwikkelde zich richting een bredere Hobbyclub. De Handenarbeidclub en Hobbyclub bestonden in 1991–1992 naast elkaar. In de notulen van 1992 wordt vermeld dat de Hobbyclub later de Timmerclub zou gaan heten. De Handenarbeidclub zou later de Berenclub gaan heten.

De Sport- en Spelclub stopte eind 1991 door een teruglopende belangstelling. Voor de oudere jeugd kwam een 13+-club op gang, die als doorstart van Het Anker werd beschreven. Het jeugdwerk bleef dus zoeken naar activiteiten die aansloten bij de tijd. Over de rest van de jaren negentig moet nog aanvullend archiefonderzoek plaatsvinden.

2003 – Samen verder in De Oude Stal

Al in 1991 werd in kerkelijk overleg gesproken over het onderbrengen van de jeugdactiviteiten in De Oude Stal. Met ingang van augustus 2003 vonden alle clubactiviteiten daar plaats. Daarmee eindigde de periode waarin de clubs over De Ark en De Oude Stal verdeeld waren.

Het was een belangrijke stap: één gezamenlijke plek voor het clubwerk. De geschiedenis van de oude clubs leeft daarin voort, ook al veranderden de namen, de materialen en de manier van werken.

De vrijwilligers – De rode draad

De notulen staan vol met praktische vragen: wie begeleidt de club, wie regelt materiaal, waar kunnen de kinderen terecht en hoe betalen we het? Oliebollenacties en kienavonden hielpen om activiteiten betaalbaar te houden. Kampweekenden en startdagen vroegen extra inzet. Achter al die plannen stonden vrijwilligers die hun tijd en energie gaven.

De geschiedenis van het clubwerk is daarom niet alleen een geschiedenis van clubs, maar vooral van mensen. Sommige namen keren jarenlang terug, andere slechts een paar seizoenen. Samen maakten zij het jeugdwerk mogelijk.

Een geschiedenis die verder groeit

Deze pagina is gebaseerd op de tot nu toe onderzochte notulen en archiefstukken. De oudste gevonden notulen dateren uit 1972; vooral de jaren na 1992 verdienen nog verdere uitwerking. Op de aparte clubpagina’s vertellen we meer over de geschiedenis van Het Anker, de Timmerclub, de Handwerkclub, de Sport- en Spelclub en de Theaterclub.

Heb je zelf op een club gezeten, leiding gegeven of nog foto’s en herinneringen bewaard? Dan helpen jouw verhalen om deze geschiedenis verder aan te vullen.

Marco Schoorl