De periode voor 1952

Van water naar nieuwe polder

In 1852 viel het Haarlemmermeer droog. Waar eeuwenlang het water van het meer had gelegen, ontstond een enorme nieuwe polder. Het Rijk had grote bedragen geïnvesteerd in de droogmaking en wilde een belangrijk deel daarvan terugverdienen door de nieuw gewonnen grond te verkopen.

De eerste grondverkopen begonnen in 1853 en gingen door tot 1855. Uiteindelijk werd ruim 16.800 hectare verkocht. De nieuwe polder was daarbij volgens een strak patroon verkaveld. Veel kavels waren ongeveer duizend meter lang en tweehonderd meter breed.

De opbrengst van de verkopen bedroeg miljoenen guldens en vormde een belangrijke bijdrage aan de kosten van de drooglegging.

Op die enorme, vrijwel lege vlakte moesten vervolgens boerderijen, wegen en dorpen ontstaan. Mensen van binnen en buiten de polder zagen kansen op het nieuwe land.

En zo begint ook de geschiedenis van het stukje Vijfhuizen waarop later De Oude Stal zou komen te staan.

De kavels E14 en E15

In 1855 kocht de bekende Amsterdamse makelaar B.H. Evers de kavels E14 en E15.
De twee kavels lagen aan de Vijfhuizerweg en strekten zich in de lengterichting uit langs de Spieringweg. Daarmee hebben we het over het gebied waar tegenwoordig onder andere de protestantse kerk van Vijfhuizen en De Oude Stal staan

Evers was actief in de handel in grond. Hij kocht kavels, verkocht ze weer door en bemiddelde bij grondtransacties. Dat gebeurde ook met de grond aan de Vijfhuizerweg.

Fragment uit Haarlemsch Dagblad 18 maart 1856. zou bi j deze verkoop ook onze kavel in Vijfhuizen verkocht zijn?

In 1857 kwamen de kavels in handen van mr. Christiaan Diemont. De vele transacties tussen Dhr. Evers en mr. Diemont laten een beeld zien van hechte zakelijke, misschien wel vriendschappelijke band. Met Chrisitaan Diemont als eigenaar verschijnt een bijzondere naam in de geschiedenis van deze plek.

De Heer van Vijfhuizen

Christiaan Diemont was geen boer die naar de pas drooggevallen Haarlemmermeerpolder kwam om zelf het land te bewerken. Hij behoorde tot een heel andere wereld.
Diemont, geboren in 1797, was jurist, politicus en grootgrondbezitter. Hij studeerde rechten in Leiden en was onder meer gemeenteraadslid in Amsterdam, lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en lid van de Eerste Kamer. Daarnaast droeg hij een titel die in de geschiedenis van deze plek natuurlijk onmiddellijk opvalt: Heer van Zuid-Schalkwijk, Vijfhuizen en Nieuwerkerk.

Hij was getrouwd met Catharina Margaretha Kemper. Het huwelijk werd in 1830 in Amsterdam gesloten en het echtpaar kreeg acht kinderen. De familie Diemont woonde zelf niet op de grond in Vijfhuizen. De kavels maakten deel uit van hun grondbezit en werden verpacht.
De mensen die daadwerkelijk op het nieuwe land woonden en werkten, waren dus anderen.

De eerste pachters

Uit historische bronnen kennen we verschillende namen van pachters die aan deze grond verbonden waren. Tussen 1856 en 1860 was Arie Wagenaar pachter. In 1861 wordt ene Bacchus Valentius Slothouwer als pachter genoemd.
Het moet een bijzondere tijd zijn geweest om hier te wonen en te werken. Nog maar enkele jaren daarvoor lag hier water. De Haarlemmermeer was een jonge polder waarin het landschap en de samenleving nog volop gevormd moesten worden.
De eigenaren woonden elders, maar deze pachters waren degenen die het land daadwerkelijk gebruikten en daarmee het jonge Vijfhuizen mede vormgaven.

Christiaan Diemont overleed in 1869. De grond bleef daarna in bezit van zijn weduwe, Catharina Margaretha Kemper. Rond 1870 verschijnt vervolgens een nieuwe naam als pachter: Pieter van Reeuwijk. Vanaf 1882 kunnen we zijn aanwezigheid op de grond met zekerheid vaststellen. Die naam zou uiteindelijk tientallen jaren met deze plek verbonden blijven.

Overdracht binnen de familie

Catharina Margaretha Kemper overleed in 1873. In 1874 ging het eigendom van de percelen over naar een van haar kinderen: Zacharias Frederik Christiaan Diemont. Zacharias was in 1830 in Amsterdam geboren en trouwede in 1854 met Henriette Caroline van Braam. Het echtpaar kreeg geen kinderen.

Ook Zacharias woonde niet in Vijfhuizen. Hij vestigde zich in Putten (Gelderland) nam zijn intrek op Huize Blijstein. Hier zette hij zich in voor de lokale politiek en het openbare leven. Zijn naam leeft er nog voort in een straatnaam, Diemontlaan in Putten.
Terwijl Diemont vanuit Putten eigenaar was van de grond, woonde en werkte in Vijfhuizen de familie Van Reeuwijk. Eigenaar en gebruiker waren dus nog altijd twee verschillende families. Dat veranderde in 1910.

Van pachter naar eigenaar

Op 24 november 1910 kocht Pieter van Reeuwijk de grond.
Na tientallen jaren pacht kwam het perceel daarmee daadwerkelijk in handen van de familie die er woonde en werkte. In de loop van de tijd veranderden ook de administratieve aanduidingen van het terrein. Het perceel kreeg het kadastrale nummer B2611. In verschillende bronnen komen bovendien verschillende huisnummers voor. Eerst wordt Vijfhuizerweg 243 genoemd en later Vijfhuizerweg 981.

In 1917 werd een bouwvergunning aangevraagd voor de bouw van een nieuw woonhuis op het perceel. Het erf kreeg daarmee steeds meer de vorm die oudere Vijfhuizenaren later nog zouden herkennen.

Na het overlijden van Pieter van Reeuwijk bleven zijn zoon, eveneens Pieter geheten, zijn moeder en zijn zus Willemijntje er wonen. Pieter van Reeuwijk junior zou uiteindelijk tot zijn overlijden in 1953 met deze plek verbonden blijven.

Daarmee kwam langzaam een einde aan een tijdperk waarin landbouw en bewoning het karakter van het terrein hadden bepaald. Want ook Vijfhuizen zelf was inmiddels veranderd.

Voormalige pastorie NH-kerk en voormalige woning familie van Reeuwijk Vijfhuizerweg 969

Geschreven door Marco Schoorl